Alvleesklierkanker en galwegen

Behandeling alvleesklierkanker en galwegen (pancreas en cholangiocarcinoma) met hyperthermie:

Galwegenkanker (binnen of buiten de lever) en alvleesklierkanker (ofwel pancreascarcinoma) worden vaak in één groep aangemerkt. Ze worden ook als ‘periampullaire tumoren’ aangeduid, omdat galwegengang (ductus choledicus) en de alvleeskliergang (ductus pancreaticus) allebei uitmonden in het eerste deel van de dunne darm bij de ‘papil van Vater’. Omdat het niet altijd duidelijk is of de tumor vanuit de gaalwegen of de pancreas afkomstig is en wat de behandeling betreft is de benadering zo goed als gelijk. De incidentie (aantal nieuwe gevallen per jaar) in Nederland van alvleesklierkanker was in 2014 2.292 en hiernaast zijn er ongeveer 1.000 gevallen van galwegenkanker.

Maar 20% van de patiënten met alvleesklierkanker wordt geopereerd (Whipple-operatie). Bij de rest is de tumor of unresectable (hetgeen wil zeggen niet uitsnijdbaar en/of niet operabel), wat wil zeggen  dat het oncologisch niet zinvol is. De groep die niet wordt geopereerd kan nog chemotherapie krijgen.

In het Centrum Hyperthermie hebben wij in de laatste 8 jaar boven de 60 patiënten hiertegen behandeld. Meeste patiënten hadden uitzaaiingen, vooral in de lever.  Alle patiënten werden behandeld met diepe lokaal hyperthermie. Bij bijna alle patiënten zagen wij flinke verbetering. Wij maten de verbeteringen aan de hand van klinische gegevens, tumormarkers en beeldmateriaal, zoals  CT-scan, MRI en PET-scan.

Studies alvleesklierkanker en galwegen 

Verona-studie: 46 patiënten met alvleesklierkanker werden in twee groepen verdeeld: 25 patiënten kregen bestraling, chemotherapie en hyperthermie (lokaal). 21 patienten kregen alleen bestraling en chemotherapie. Na 2 jaar heeft 36% van de eerste groep het overleefd, in de tweede groep 19%. In groep A waren er niet meer gevallen  van toxiciteit van bestraling of chemotherapie dan in groep B. (Gepresenteerd tijdens Hyperthermie Congres 2010)

De München-studie: (Universitair Centrum München): randomised-fase-III-studie van alvleesklierkanker met gemcitabine, cisplatinum en hyperthermie, waarbij duidelijk betere resultaten werden bereikt dan de groep zonder hyperthermie. (Gepresenteerd tijdens Hyperthermie Congres  2013)

De Kyoto-studie (Kyoto Prefectural University of Medicine): Vergelijkend onderzoek tussen twee groepen patiënten met stadium 4  (advanced en niet operabel)  alvleesklierkanker, waarbij groep A gemcitabine in combinatie met lokaal hyperthermie kreeg en een groep B gemcitabine zónder hyperthermie. In groep A was ‘disease control rate’ 57.1%; bij groep B was het slechts 14.3%! 1 jaar overleving was in groep A 49% en in groep B 30%.

Een tweede studie: men probeerde te achterhalen waarom hyperthermie samen met chemotherapie betere resultaten geeft. Wanneer kankercellen worden ‘aangevallen’ door chemotherapie produceren ze een eiwit: de NF-KB eiwit. Deze eiwit zorgt voor resistentie van kankercellen tegen de chemotherapie.

Uit de studie blijkt dat hyperthermie activatie van deze eiwit voorkomt. Hiernaast ontdekten de onderzoekers dat hyperthermie de expressie van ‘anti-apoptosis-proteïnen vermindert waardoor de chemotherapie meer effectief is.

Sinds 2012 loopt er een fase III studie van alvleesklierkanker (randomised, multicenter) waarbij hyperthermie samen met gemcitabine en cisplatina worden vergeleken met een controle groep.