Longkanker toelichting

Longkanker

Longkanker is een kwaadaardig gezwel dat voorkomt in de luchtwegen, het longweefsel of de longvliezen (mesthelioom). In 2014 zijn 11.910 personen met de aandoening gediagnosticeerd. (bron: IKNL). Hiermee is longkanker de vierde meest voorkomende soort kanker.

Longkanker is ook een van de meest dodelijke soorten kanker. In 2013 stierven 10.277 personen aan de aandoening. Afhankelijk van het soort weefsel en de locatie varieert de overlevingskans na 5 jaar tussen 6% en 22% (bron: INKL). Waarom deze kanker zo’n lage overlevingskans heeft, is niet geheel duidelijk. Mogelijke verklaringen zijn: een relatief hoge leeftijd bij het ontdekken van de aandoening (kans op longkanker stijgt met de leeftijd, waarbij er een grote sprong is tussen 70 en 75 jaar), een slechte conditie van de patiënt, het te laat ontdekken, de locatie van de tumor etc.

Bij het ontstaan van longkanker spelen roken en contact met asbest een duidelijk aangetoonde rol.

Soorten longkanker

Longkanker is in te delen in drie groepen. Deze indeling hangt af van het soort (abnormale) cellen dat de kanker heeft en de rangschikking ervan.

1. Niet-kleincellige longkanker: ongeveer 80% van alle longkanker.

2. Kleincellige longkanker: ongeveer 19% van alle longkanker.

3. Mesothelioom: ongeveer 0,5% van alle longkanker.

(Naast deze groepen zijn er nog een aantal andere zeldzame soorten longkanker.)

1. Niet-kleincellige longkanker
Niet-kleincellige longkanker kenmerkt zich door vrij grote cellen. Afhankelijk van het soort weefsel is de niet-kleincellige longkanker onderverdeeld in:

Plaveiselcelcarcinoom: (Engels: ‘squameus cell carcinoma’): Deze vorm van longkanker stamt uit de bedekkende binnenlaag van de grote luchtwegen. In 2014 kregen in Nederland 2248 personen de diagnose plaveiselcelcarcinoom, waarvan 1598 mannen en 650 vrouwen. In 1990 waren dit 3447 personen, waarvan 3150 mannen en 297 vrouwen. Het totaal aantal patiënten met een plaveiselcelcarcinoom is dus in de laatste 25 jaar met ongeveer een derde gedaald. Wel is er een toename van deze soort kanker bij vrouwen.

Adenocarcinoom: Bij deze soort kanker ontstaan de kankercellen uit het longweefsel zelf. Het is de meest voorkomende niet-kleincellige kankersoort. Deze groep is bijna vier keer zo groot geworden in de laatste 25 jaar. Zo werden in 2014 4694 nieuwe patiënten met adenocarcinoom geteld, waarvan 2431 mannen en 2263 vrouwen, terwijl in 1990 de teller op 1594 personen lag, waarvan 1182 mannen en 412 vrouwen (bron: IKNL). Ook hier is er sprake van een dramatische stijging (van 500%) van het aantal vrouwen met deze soort kanker.

Grootcellig (ongedifferentieerde) carcinoom: Ook deze soort stamt uit het longweefsel, maar de cellen zijn groter en zonder de bekende structuren. In 2014 werden er 2151 personen geteld met deze kankersoort, waarvan 1295 mannen en 856 vrouwen. In 1990 waren dat er 1092, waarvan 1004 mannen en 88 vrouwen. Wederom is hier een enorme toename bij vrouwen.

2. Kleincellige longkanker
Zoals de naam al suggereert, gaat het bij deze vorm van longkanker om kanker met kleine cellen die zich snel vermenigvuldigen en verspreiden (uitzaaien). Dit in tegenstelling tot de niet-kleincellige vorm. In 2014 kregen 1688 personen de diagnose, waarvan 845 mannen en 843 vrouwen. In 1990 waren dat er 1754, waarvan 1426 mannen en 328 vrouwen. Ook bij deze soort is dus sprake van een lichte daling in het totaal aantal patiënten, terwijl het aantal vrouwen binnen deze groep toeneemt.

3. Mesothelioom
Een mesothelioom is een zeer kwaadaardige aandoening van de sereuze (vochtafscheidend) vliezen. Het betreft vooral de long- en borstvliezen, maar soms ook het buikvlies (10%) en/of het hartzakje. Het wordt bijna altijd veroorzaakt door blootstelling aan asbest en met name aan crocidoliet. De vezels van deze asbestsoort zijn lang en dun. Na inademing komen deze vezels diep in de longen. Op deze plek zijn ze in staat de cellen van de sereuze vliezen (mesotheelcellen) zodanig te prikkelen dat er genetische veranderingen optreden (genmutaties) waardoor stoornissen in de celdeling ontstaan. Deze stoornissen zorgen voor kwaadaardige cellen.

Men onderscheidt vier verschillende soorten mesothelioom:

· Epitheliaal (lijkend op een huidtumor)

· Sarcomateus (lijkend op een tumor van bindweefsel)

· Desmoplastisch (een patroonloze structuur)

· Gemengd (epitheliaal en sarcomateus; dit is de meest voorkomende soort).

Mesothelioom is een zeldzame vorm van longkanker geworden, al is het aantal personen dat met deze kanker is gediagnosticeerd in de laatste vijftien jaar gestegen. Zo waren er in 2014 588 nieuwe patiënten geregistreerd, waarvan 497 mannen en 91 vrouwen, terwijl er in 1990 290 nieuwe patiënten waren, waarvan 29 vrouwen. Ondanks de strenge maatregelen omtrent asbest, verwacht men dat een daling van de hoeveelheid nieuwe patiënten pas in 2018 zal plaatsvinden. De overlevingskans blijft echter zeer laag. Hoewel in de eerste 3-4 jaar de overlevingskans enigszins is toegenomen, is de overlevingskans na 5 jaar (slechts 6%) nog nauwelijks verbeterd. (bron: IKNL).

Twee algemene opmerkingen
De bron van alle cijfers hierboven is het IKNL, kankerregistratie van het Integrale Kankercentrum van Nederland.

De stijging van longkanker bij vrouwen en daling bij mannen is niet geheel te verklaren. Men denkt dat verandering in het rookgedrag bij vrouwen een aantal decennia geleden de hoofdoorzaak is van de stijging bij vrouwen, maar deze uitleg verklaart de daling bij mannen niet geheel. Voor meer informatie zie:  http://www.cijfersoverkanker.nl/trends-53.html

 

Stagering van kanker (het vaststellen van kanker)
Voordat kanker kan worden behandeld, is het eerst nodig te weten om welke soort kanker het gaat, wat de omvang en locatie van de tumor is, of er uitzaaiingen zijn én in welk stadium de kanker zich bevindt. Om op deze vragen antwoord te krijgen, heeft de AJCC (American Joint Committe on Cancer) een ‘classificatie-systeem’ ontworpen. Dit TNM systeem (Tumor, Node, Metastasen) vormt hiermee een internationale standaard om kanker vast te stellen. Zo heeft ieder soort kanker zijn eigen TNM classificatie. Deze indeling geeft de omvang, de locatie, de uitzaaiingen en het stadium van de kanker aan. Als de classificatie en stagering zijn uitgevoerd, kan aan de hand van de bijbehorende richtlijnen worden bepaald wat de behandeling moet zijn.

Hieronder staat het overzicht van het TNM classificatiesysteem met de longen als locatie:   

Deze TNM-classificatie is opgebouwd uit:

§ T = Tumorgrootte, de diameter of mate van doorgroei (T1-4)

§ N = Node (lymfeklier), aantal/plaats van locoregionale lymfeklieruitzaaiingen (N0-3)

§ M = Metastasen (uitzaaiingen) op afstand van de tumor in bijvoorbeeld andere organen (M0-1)

Uitleg:

§ T1 = tumor kleiner dan 3 cm

§ T2 = tumor groter dan 3 cm en verder dan 2 cm verwijderd van de splitsing (ofwel: carina) van de trachea (luchtpijp) in een linker en rechter hoofdbronchus (luchtweg)

§ T3 = elke tumor minder dan 2 cm van de carina gelegen óf doorgroei in borstkaswand, middenrif, hartzakje of longvlies t.h.v. het mediastinum (ruimte tussen longen in)

§ T4 = tumor die ingroeit in het mediastinum, hartspier, grote bloedvaten, slokdarm, wervels, carina of vocht met tumorcellen in de borstholte

§ N0 = geen lymfeklieruitzaaiing

§ N1 = uitzaaiingen in de dichtstbijzijnde lymfeklieren

§ N2 = uitzaaiingen in verder gelegen lymfeklieren

§ N3 = uitzaaiingen in klieren aan de andere zijde of buiten de long gelegen

§ M0 = geen uitzaaiingen elders in het lichaam

§ M1 = uitzaaiingen op afstand (bijvoorbeeld hersenen)

Er zijn dus veel verschillende combinaties van T, N en M mogelijk die allemaal een verschillende mate van uitbreiding aangeven.

Stadia
De verschillende combinaties TNM worden vervolgens gegroepeerd in vier stadia: I t/m IV.
Bij longkanker onderscheidt men zeven stadia (Ia, Ib, IIa, IIb, IIIa, IIIb en IV), waarbij geldt: hoe hoger het stadium, hoe uitgebreider de kanker. Bij kleincellige longkanker wordt daarnaast nog onderscheid gemaakt tussen ‘beperkte’ (eenzijdig) en ‘uitgebreide’ kanker.