Kanker soorten

Wij behandelen veel verschillende soorten kanker, hieronder de uitleg verdeeld per kanker soort.

Alvleesklierkanker en galwegen

Behandeling alvleesklierkanker en galwegen (pancreas en cholangiocarcinoma) met hyperthermie:

Galwegenkanker (binnen of buiten de lever) en alvleesklierkanker (ofwel pancreascarcinoma) worden vaak in één groep aangemerkt. Ze worden ook als ‘periampullaire tumoren’ aangeduid, omdat galwegengang (ductus choledicus) en de alvleeskliergang (ductus pancreaticus) allebei uitmonden in het eerste deel van de dunne darm bij de ‘papil van Vater’. Omdat het niet altijd duidelijk is of de tumor vanuit de gaalwegen of de pancreas afkomstig is en wat de behandeling betreft is de benadering zo goed als gelijk. De incidentie (aantal nieuwe gevallen per jaar) in Nederland van alvleesklierkanker was in 2017 2.277  en hiernaast zijn er ongeveer 737 gevallen van galwegenkanker (voorlopige cijfers IKNL).

Maar 20% van de patiënten met alvleesklierkanker wordt geopereerd (Whipple-operatie). Bij de rest is de tumor of unresectable (hetgeen wil zeggen niet uitsnijdbaar en/of niet operabel), wat wil zeggen dat het oncologisch niet zinvol is. De groep die niet wordt geopereerd kan nog chemotherapie krijgen.

In het Centrum Hyperthermie hebben wij in de laatste 8 jaar boven de 60 patiënten hiertegen behandeld. Meeste patiënten hadden uitzaaiingen, vooral in de lever. Alle patiënten werden behandeld met diepe lokaal hyperthermie. Bij bijna alle patiënten zagen wij flinke verbetering. Wij maten de verbeteringen aan de hand van klinische gegevens, tumormarkers en beeldmateriaal, zoals CT-scan, MRI en PET-scan.

Studies alvleesklierkanker en galwegen

Verona-studie: 46 patiënten met alvleesklierkanker werden in twee groepen verdeeld: 25 patiënten kregen bestraling, chemotherapie en hyperthermie (lokaal). 21 patienten kregen alleen bestraling en chemotherapie. Na 2 jaar heeft 36% van de eerste groep het overleefd, in de tweede groep 19%. In groep A waren er niet meer gevallen van toxiciteit van bestraling of chemotherapie dan in groep B. (Gepresenteerd tijdens Hyperthermie Congres 2010)

De München-studie: (Universitair Centrum München): randomised-fase-III-studie van alvleesklierkanker met gemcitab. (pyrimidine-antagonist), cisplatinum en hyperthermie, waarbij duidelijk betere resultaten werden bereikt dan de groep zonder hyperthermie. (Gepresenteerd tijdens Hyperthermie Congres 2013)

De Kyoto-studie (Kyoto Prefectural University of Medicine): Vergelijkend onderzoek tussen twee groepen patiënten met stadium 4 (advanced en niet operabel) alvleesklierkanker, waarbij groep A gemcitab. in combinatie met lokaal hyperthermie kreeg en een groep B gemcitab. zónder hyperthermie. In groep A was ‘disease control rate’ 57.1%; bij groep B was het slechts 14.3%! 1 jaar overleving was in groep A 49% en in groep B 30%.

Een tweede studie: men probeerde te achterhalen waarom hyperthermie samen met chemotherapie betere resultaten geeft. Wanneer kankercellen worden ‘aangevallen’ door chemotherapie produceren ze een eiwit: de NF-KB eiwit. Deze eiwit zorgt voor resistentie van kankercellen tegen de chemotherapie.

Uit de studie blijkt dat hyperthermie activatie van deze eiwit voorkomt. Hiernaast ontdekten de onderzoekers dat hyperthermie de expressie van ‘anti-apoptosis-proteïnen vermindert waardoor de chemotherapie meer effectief is.

Sinds 2012 loopt er een fase III studie van alvleesklierkanker (randomised, multicenter) waarbij hyperthermie samen met een pyrimidine antagonist (gemcitab.)  en cisplatina worden vergeleken met een controle groep.

Baarmoederhalskanker

Borstkanker

Meer informatie volgt binnenkort.

Voor vragen kunt u contact met ons opnemen, graag vertellen wij u dan meer over de behandelmogelijkheden.

https://www.tandfonline.com/doi/pdf/10.1080/02656736.2017.1279757?needAccess=true

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4791303/pdf/nihms753715.pdf

https://www.tandfonline.com/doi/abs/10.3109/02656736.2010.506471?journalCode=ihyt20

De teksten zijn een vorm van pseudo-Latijn: ze lijken op het eerste gezicht origineel Latijn te zijn, maar hebben in werkelijkheid volstrekt geen betekenis. De tekst staat vol met spelfouten en verbasteringen. Dat is ook de reden waarom de teksten gebruikt worden door drukkers en zetters: bij een leesbare tekst zou de lezer afgeleid worden door de inhoud, terwijl het alleen om de vormgeving gaat. Bovendien heeft het Lorem ipsum een redelijk normale afwisseling van de verschillende letters en korte en lange woorden, waardoor het beter bruikbaar is dan bijvoorbeeld Dit is een voorbeeldtekst. Dit is een voorbeeldtekst. Dit is een voorbeeldtekst
Lees meer over borstkanker

Vervolg van de pagina zonder lees verder

De teksten zijn een vorm van pseudo-Latijn: ze lijken op het eerste gezicht origineel Latijn te zijn, maar hebben in werkelijkheid volstrekt geen betekenis. De tekst staat vol met spelfouten en verbasteringen. Dat is ook de reden waarom de teksten gebruikt worden door drukkers en zetters: bij een leesbare tekst zou de lezer afgeleid worden door de inhoud, terwijl het alleen om de vormgeving gaat. Bovendien heeft het Lorem ipsum een redelijk normale afwisseling van de verschillende letters en korte en lange woorden, waardoor het beter bruikbaar is dan bijvoorbeeld Dit is een voorbeeldtekst. Dit is een voorbeeldtekst. Dit is een voorbeeldtekst
Nog een stuk tekst over borstkanker

Verder zichtbare teksten

Dikke darmkanker en hyperthermie.

Dikke darmkanker ofwel ‘colorectaal carcinoma’ is na huidkanker de meest voorkomende soort kanker. In 2017 was de incidentie (aantal nieuwe gevallen per jaar) volgens het IKNL (Integraal Kankercentrum Nederland) 13.739.

In het Centrum Hyperthermie is de groep met dikke darmkanker het grootst (circa 50 patiënten in 2017). Bijna alle patiënten zijn in stadium III of IV, dus met uitzaaiingen op afstand (voornamelijk lever, buikholte en longen). Wij behandelen bij deze patiënten niet alleen de tumoren maar ook de uitzaaiingen, waarbij rekening wordt gehouden met het behandelschema van chemotherapie/immuuntherapie etc..

Bij een uitgezaaide dikke darmkanker streven wij er naar om de andere behandeling, zoals chemotherapie, te versterken en tevens het immuunsysteem te versterken waardoor een remise zal ontstaan (groei van tumor/uitzaaiingen tot stilstand brengen) en zelfs verkleinen van de tumoren.

In voorbijgaande jaren bereikten wij dit doel bij meer van de helft van de patiënten en bij nog eens een kwart een zogenaamd ‘partieel response’. De behandelingen vinden plaats veelal met een diepe locoregionale hyperthermie, hetgeen niet belastend of pijnlijk is. Behandeling vindt plaats van buitenaf (zie foto’s).

Links:

https://pdfs.semanticscholar.org/bbe1/f8ef12c17a8c4ecf6f610ac8a310da07d1d0.pdf

http://www.hyperthermie.nl/GetPDF.asp?ID=5

http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/10629627

http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/24393863

Eierstokkanker

Meer informatie volgt binnenkort.

Hieronder enkele, tijdelijke, verwijzingen voor informatie:

https://www.tandfonline.com/doi/pdf/10.1080/02656736.2017.1279757?needAccess=true

https://pure.uva.nl/ws/files/9141424/02.pdf

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3369243/pdf/cro-0005-0212.pdf

Voor vragen kunt u contact met ons opnemen, graag vertellen wij u dan meer over de behandelmogelijkheden.

Hersentumoren

Meer informatie volgt binnenkort.

Voor vragen kunt u contact met ons opnemen, graag vertellen wij u dan meer over de behandelmogelijkheden.

Longkanker

Longcarcinoom

Longkanker is een van de meest voorkomende vorm van kanker. In Nederland wordt de diagnose elk jaar bij ruim 12.000 personen vastgesteld. Meestal gaat het dan om de ‘niet-kleincellige’ soort. Het aantal mannen met niet-kleincellige longkanker neemt de laatste jaren af, terwijl het aantal vrouwen met de ziekte stijgt.
Aprate vorm van longkanker is kanker van de longvliezen; mesothelioom ofwel asbestkanker.

Voor meer epidemiologische informatie klik hier.

Behandeling longkanker

Longkanker is moeilijk te behandelen. Genezing kan alleen plaatsvinden door radicale verwijdering (operatie) van de tumor, eventueel met behulp van chemotherapie en/of bestraling. Echter, als de tumor wordt ontdekt, is deze vaak al uitgezaaid of niet meer te opereren. De behandeling richt zich dan (in de vorm van chemotherapie en/of bestraling) op levensverlenging en het bestrijden van symptomen. Soms is het effect van deze behandeling zo goed, dat alsnog wordt overwogen om te opereren.

Voor meer informatie over behandeling klik hier.

Hyperthermie bij longkanker

Hyperthermie kan worden ingezet bij elke vorm van longkanker, ongeacht het stadium van de ziekte. De kennis die er over hyperthermie bestaat, geeft aan dat deze warmtebehandeling het beste werkt in combinatie met chemotherapie en/of bestraling. Hyperthermie als monotherapie heeft op zichzelf ook een celdodend effect. Een bijkomend voordeel van hyperthermie is het stimulerende effect op het immuunsysteem, dat daardoor beter in staat is om kankercellen op te ruimen.

http://europepmc.org/backend/ptpmcrender.fcgi?accid=PMC2093935&blobtype=pdf

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/22445656

Hyperthermie

In het Centrum Hyperthermie passen wij warmtebehandeling plaatselijk (waar tumoren en uitzaaiingen zich bevinden) en algeheel toe. De laatste vorm beoogt specifiek het immuunsysteem in het gehele lichaam te versterken door de lichaamstemperatuur te verhogen tot 39 á 39,5 graden Celsius. Met onze apparatuur kunnen wij nagenoeg alle tumorlocaties verwarmen.

Casuïstiek

Enkele onderzoeken:

http://www.tandfonline.com/doi/abs/10.4161/cbt.4.10.2074#.VdsC0fntlHw (proefdieronderzoek)

http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/036030169290800W (hyperthermie/radiotherapie)
Bron: ’Ontwikkelingen in de oncologie’, 2014. Houten:Bohn, Stafleu, Van Loghum.
Auteur: S. Broek, arts.

Maagkanker

In Nederland krijgt ruim 3% van alle mannen die kanker krijgen maagcarcinoom (Nederlandse Kankerregistratie ). Voor vrouwen ligt dat percentage lager: ongeveer 2%. Dit komt op een getal van 1451 patiënten in 2017.

Ook in het Centrum hyperthermie is de groep met maagkanker beperkt (circa 5patiënten in 2017). Bijna alle patiënten zijn in stadium III of IV, dus met uitzaaiingen op afstand (voornamelijk lever, buikholte en longen). Wij behandelen bij deze patiënten niet alleen de tumoren maar ook de uitzaaiingen, waarbij rekening wordt gehouden met de schema van de chemotherapie/immunotherapie etc.

Bij een uitgezaaide maagkanker streven wij ernaar om de effecten van de andere behandelingen, zoals chemotherapie, te vergroten tevens het immuunsysteem te versterken waardoor een remissie (groei van tumor/uitzaaiingen tot stilstand te brengen) en zelfs verkleining van de tumoren zou kunnen ontstaan.

De behandelingen vinden plaats veelal met een diepe locoregionale hyperthermie, hetgeen niet belastend of pijnlijk is. Behandeling vindt plaats van buitenaf.

Links:

http://www.oncoline.nl/maagcarcinoom

http://www.mlds.nl/ziekten/53/maagkanker/

http://www.maagkanker.info/nieuws/546/warmte-verzwakt-kankercellen/?archief=Y

Meest voorkomende vorm: adenocarcinoom
Er bestaan verschillende soorten maagkanker. Het soort is afhankelijk van het type weefsel waaruit de tumor ontstaat. De meest voorkomende vorm van maagkanker is het adenocarcinoom. Dit is een tumor die ontstaat uit de klierbuisjes in het slijmvlies van de maag. Andere tumoren zijn zeldzaam en maken ongeveer 5% van het totaal uit

Oorzaak:

De precieze oorzaak van maagkanker is onduidelijk. Zo kan een poliep (een woekering van het maagslijmvlies) maagkanker veroorzaken maar daarnaast kan deze vorm van kanker ook een gevolg zijn van een chronische ontsteking van het maagslijmvlies. Bij ongeveer drie tot vijf procent van de mensen met maagkanker lijkt erfelijkheid een rol te spelen

Metastasen ( uitzaaiingen)

Een kwaadaardige tumor in de maag kan op verschillende manieren groeien:

  • De tumor groeit alleen in de maag.
  • De tumor groeit vanuit de maag het onderste deel van de slokdarm in. Dit gebeurt met name als de tumor in de buurt van de maagingang  zit.
  • De tumor groeit vanuit de maag het eerste deel van de dunne darm in. Dit gedeelte zit aan de maag vast. Dit gebeurt met name bij tumoren die in de buurt van de maaguitgang zitten.
  • Een tumor groeit dwars door de maagwand heen. De tumor kan dan in de omliggende organen groeien, zoals de alvleesklier, de lever of de dikke darm.

Hoe ontstaat een uitzaaiing?
Een uitzaaiing kan ontstaan wanneer de tumor door een bloedvat of een lymfevat groeit. Kankercellen kunnen dan losraken van de oorspronkelijke tumor en zich via de bloedbaan of het lymfestelsel verspreiden door het lichaam. Als losgeraakte kankercellen zich elders in het lichaam gaan ‘nestelen’, ontstaat een uitzaaiing. Losgeraakte cellen van een tumor in de maag komen vaak in de lever of in de longen terecht. De tumor die daar ontstaat wordt een uitzaaiing of metastase genoemd.

Behandelingsmogelijkheden
Een operatie in combinatie met chemotherapie is de meest voorkomende behandeling bij maagkanker. Andere behandelingsmogelijkheden zijn chemotherapie zonder operatie, bestraling, het plaatsen van een stent en hyperthermie.

Operatieve behandeling

Uitzaaiingen ontstaan bij maagkanker meestal in de lever of in de longen. Via een operatie kan de arts uitzaaiingen in de lever en longen soms verwijderen. De lever is een groot orgaan, met veel reservecapaciteit. Als het resterende deel van de lever gezond en groot genoeg is, kan het zieke deel verwijderd worden. Het resterende deel heeft dan voldoende capaciteit om alle functies uit te oefenen. Bovendien kan de lever na de operatie ook weer aangroeien.

In sommige gevallen is een operatie niet direct mogelijk. De arts kan dan eerst met andere behandelingen proberen om de tumor(en) in de lever te verkleinen. Als dit lukt, is een operatie vervolgens misschien wel mogelijk.

Stereotactische radiotherapie

Stereotactische radiotherapie is een vorm van uitwendige bestraling waarbij de tumor met smalle stralenbundels vanuit vele, verschillende kanten zeer nauwkeurig bestraald wordt. Op deze manier worden de kankercellen vernietigd en het omliggend weefsel zoveel mogelijk gespaard. Uitzaaiingen in de lever, in de long en ook ergens anders in het lichaam kunnen op deze manier behandeld worden. Deze methode wordt alleen toegepast indien er niet meer dan 3 uitzaaiingen in het lichaam aanwezig zijn, de uitzaaiingen niet te groot zijn en niet te dicht bij bloedvaten liggen.

Cryochirurgie

Cryochirurgie is bevriezing of koudebehandeling van de tumorcellen. Deze behandeling wordt toegepast bij uitzaaiingen in de lever. Via de buikwand brengt de arts een vriesstaaf in de buik. Met behulp van een echo of een CT-scan wordt de vriesstaaf op de tumor gericht. Vervolgens probeert de arts de kankercellen te vernietigen door bevriezing. Wanneer dit lukt zullen de kankercellen afsterven. Cryochirurgie is dus geen echte chirurgie in de vorm van een operatie.

Lasertherapie

Lasertherapie is vergelijkbaar met cryochirurgie. Bij lasertherapie wordt gebruik gemaakt van laserstralen, die kankercellen kunnen vernietigen. Ook deze behandeling is mogelijk bij uitzaaiingen in de lever.

Radio Frequente Ablatie (RFA)

RFA is het vernietigen van kankercellen door ze te verhitten. RFA kan toegepast worden bij uitzaaiingen in de lever. Kankercellen worden verhit tot ongeveer 80 graden. Tegen deze temperatuur zijn ze niet bestand, waardoor de cellen afsterven.

TACE (transarteriële chemo-embolisatie)

Hyperthermie

In ons Centrum Hyperthermie beschikken wij over moderne apparatuur om de maag en de tumor plaatselijk te verwarmen. Dat geldt ook voor de nabijgelegen lymfekliermetastasen en de metastasen op afstand. Afhankelijk van de uitgebreidheid van de ziekte duurt de behandeling per keer dan zo’n 1 tot 2,5 uur.

Melanoma en hyperthermie

Huidkanker is de meest voorkomende soort kanker in Nederland (incidentie in 2017: 16.182). De meest beruchte soort huidkanker is de melanoma (incidentie 2017: 6.743). Bron: www.cijfersoverkanker.nl

Melanoma worden al geruime tijd behandeld met hyperthermie, vaak in combinatie met bestraling.

http://sci-hub.tw/10.1080/02656730903091986

In het Centrum Hyperthermie behandelen wij voornamelijk patiënten in stadium IV – met uitzaaiingen op afstand en wel in combinatie met bestraling/chemotherapie of immuuntherapie.

Wij behandelen patiënten met lokale hyperthermie-apparaten waarbij het streven is alle uitzaaiingen te behandelen. Afhankelijk van de diepte van de uitzaaiing/tumor worden verschillende apparaten ingezet. Wanneer er geen hersenenmetastasen aanwezig zijn wordt, in overleg met patiënten, overwogen om total body hyperthermie in te zetten. Total body hyperthermie kan het immuunsysteem versterken.

Geregeld zien wij dat groei wordt geremd en uitzaaiingen kleiner worden. De succes van de behandeling wordt klinisch, radiologisch en d.m.v. bloedonderzoek getoetst.

https://researchportal.hw.ac.uk/en/publications/hyperthermia-induced-cell-death-in-human-malignant-melanoma

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/21234522

Nierkanker

Meer informatie volgt binnenkort.

Voor vragen kunt u contact met ons opnemen, graag vertellen wij u dan meer over de behandelmogelijkheden.

Prostaatkanker

Meer informatie volgt binnenkort.

Voor vragen kunt u contact met ons opnemen, graag vertellen wij u dan meer over de behandelmogelijkheden.

Sarcoom

Sarcoom algemeen

Een sarcoom is een kwaadaardig gezwel van bindweefsel (‘connective tissue’) en kan ontstaan in botten, vetweefsel, spieren, zenuwen, pezen en bloedvaten. Er zijn meer dan 50 soorten sarcomen, maar ze worden grofweg in twee soorten verdeeld: bot- en weke-delensarcomen. Weke delen vormen het weefsel dat de organen in het lichaam verbindt en (onder)steunt. Dit zijn bindweefsel, vet, pezen, bloedvaten, kraakbeen enz.

Wij richten onze aandacht in deze tekst vooral op het weke-delensarcoom, omdat dit de soort is die wij het meest behandelen het Centrum Hyperthermie. Weke-delensarcomen kunnen overal ontstaan maar voornamelijk in de ledematen, buik en hals/hoofd.

De incidentie (het aantal nieuwe gevallen per jaar) van alle soorten sarcomen in 2017 was in Nederland  1163 (bron cijfers over kanker).

De verschillende soorten sarcomen

Bot kwaadaardige tumoren:

  • Osteosarcoom: dit is een gezwel dat uitgaat van botweefsel.
  • Chondrosarcoom: dit is tumor van cellen die kraakbeen vormen.
  • Ewing-Sarcoom: dit sarcoom komt voornamelijk in het botweefsel voor, maar ook in de weke delen. Dit sarcoom is vernoemd naar James Ewing, een Amerikaanse patholoog anatoom.

Wekedelen kwaadaardige tumoren

De verschillende weke-delentumoren worden genoemd naar het weefsel waaruit ze ontstaan. De belangrijkste sarcomen worden hieronder genoemd.

  • Angiosarcoom: een sarcoom dat ontstaat in bloed- en lymfvaten. Het sarcoom kan overal voorkomen, maar vooral in de huid, het gezicht en op het hoofd. Deze vorm van kanker komt voornamelijk bij ouderen voor.
  • Fibrosarcoom: een fibrosarcoom is een kwaadaardige tumor die wordt gevonden op de botten en op de weke delen van botten, zoals gewrichten of spierpezen. De tumor begint meestal in het vezelachtige weefsel dat het uiteinde van de botten in de armen of benen omgeeft. Later verspreidt het sarcoom naar andere zachte weefsels in het lichaam. Er zijn twee soorten fibrosarcomen: een infantiele (bij kinderen, jong volwassenen) en een volwassenen soort.
  • Leiomyosarcoom: een leiomyosarcoom ontstaat uit glad (onwillekeurig) spierweefsel. Dit sarcoom wordt verder verdeeld een sarcoom dat in de huid ontstaat, in de wand van bloedvaten en in het zachte, ondersteunende weefsel van bijvoorbeeld de maag of de darm. Een aparte soort is het leiomyosarcoom van de uterus (baarmoeder).
  • Liposarcoma: een sarcoom dat ontstaat uit het vetweefsel. Dit is de meest voorkomende vorm van alle soorten sarcomen.
  • Kaposi sarcoom: van dit type sarcoom bestaan er twee soorten: een zeer zeldzame niet-aids gerelateerde vorm en een aids gerelateerde vorm (aids = acquired immune deficiency syndrome). De eerst genoemde soort komt alleen voor bij bepaalde bevolkingsgroepen, zoals bij de Oost-Europese Joden. De aids gerelateerde soort wordt veroorzaakt door het HHV-8 virus (Humaan Herpesvirus 8) en komt dus voor bij Aidspatiënten. Het herpesvirus krijgt de ruimte om zich te ontwikkelen, omdat de ‘cellulaire afweer’ bij Aidspatiënten zeer gering is.
  • GIST (Gastro Intestinale Stromale Tumor): een zeldzame soort sarcoom dat ontstaat uit de steunweefsel van maag/darmkanaal. Het sarcoom komt voornamelijk voor in de maag (60%) en in de dunne darm en metastaseert (zaait uit) naar de buikholte.
  • Rhabdomyosarcoom: een tumor van dwarsgestreepte (willekeurig) spieren. Deze tumor komt praktisch alleen bij kinderen en jong volwassenen voor. Het meest voorkomende sarcoom (90%) is het embryonaal Rhabdomyosarcoom (e-RMS) en ontstaat in de voorlopers van spiercellen. De alveolair rhabdomyosarcoom (a-RMS) is zeer zeldzaam.
  • MPNST (Malignant Peripheral Nerve Sheat Tumor) ofwel sw demaligne perifere zenuwschedetumor: dit soort sarcoom ontstaat uit de cellen van Schwann, gliacellen, dat zijn cellen die in het zenuwstelsel voorkomen en neuronen verzorgen (een goedaardige tumor van deze cellen heet Schwanoom). Een bijzondere vorm van dit sarcoom is het neurofibrosarcoom. Dit sarcoom ontstaat in de bindweefsellaag rondom de zenuwen.
  • Synoviasarcoom: dit sarcoom heeft een op een misverstand beruste naam. De naam doet namelijk vermoeden dat dit sarcoom uit de synovia (slijmvliezen van gewrichten) ontstaat, terwijl dit niet zo is. Dit sarcoom ontstaat uit het steunweefsel en kan overal voorkomen, maar niet in de gewrichten! Tumoren in de slijmvliezen van gewrichten heten reusceltumoren of PVNS (Pigmented Villonodular Synovitis).
  • NOS (Not Otherwise Specified): de tumorcellen van dit soort sarcoom lijken niet meer op de oorspronkelijke cellen, waardoor ze niet meer herkenbaar zijn.
  • Borderline tumoren: deze tumoren worden niet gezien als kwaadaardig, maar vertonen lokaal wel één van de kenmerken van kanker, namelijk het invasieve groeien. De tumoren metastaseren echter praktisch nooit. Voorbeelden zijn het ‘desmoid’ type fibromatose, de reusceltumoren en PVNS.

Verdeling van de typen weke-delentumoren bij mannen en vrouwen in Nederland, 2000-2008
Histologische indeling

Bron: Oncoline, richtlijnen IKNL

Diagnose sarcomen

Omdat er zoveel verschillende soorten sarcomen bestaan en omdat de behandeling per soort sarcoom verschilt, is het van groot belang dat artsen de tumoren nauwkeurig diagnosticeren.

Door middel van beeldvorming (CT-scan, MRI-scan en evt. echo) en biopsies proberen oncologen de tumor te typeren (het soort tumor), te graderen (de mate van kwaadaardigheid- hoe ‘agressief’ is de tumor?) en te stageren (in welk stadium is de mate van verspreiding?). De uitslag van dit onderzoek is bepalend voor de behandeling.

In de oncologie wordt gebruik gemaakt van een aantal classificatietabellen om een tumor te beoordelen zoals de TNM-tabel (T staat voor tumor, N – voor lymfklieren- en M voor metastase). Bij sarcomen gebruikt men veelal ook het FNCLCC of de Trojani/Coindre classificatie om de graad van de tumor te bepalen. Hierbij wordt gekeken naar de differentiatie (de afwijking van tumorcellen in verhouding tot het normale gezonde weefsel), de celdelingsactiviteit en de necrose (celsterfte).

Recentelijk wordt ook gebruik gemaakt van een tumormarker MIB-I om de mate van celproliferatie in te schatten.

Risicofactoren sarcoom

Bij de meeste genmutaties is er geen oorzaak te vinden. Van sommige mutaties zijn de oorzaken wel bekend. Zo kunnen straling, chemische stoffen (nicotine en teer bijvoorbeeld) of een bacterie/virus (bijvoorbeeld HIV infectie) kanker veroorzaken. Maar een klein deel van de sarcomen is genetisch bepaald.

De genmuterende factoren verder toegelicht

  • Straling/bestraling. Bestraling van andere soorten kanker kunnen sarcomen veroorzaken. Bekende voorbeelden zijn bestraling bij borstkanker, schildklier of retinoblastoma (kanker in het netvlies). Ongeveer 5% van de sarcomen zijn postirradiatie (na de bestraling). Het duurt gemiddeld 10 jaar na de bestraling alvorens de sarcomen zich openbaren.
  • Chemisch.Vinylchloride, arseen, dioxine, en aantal andere bestrijding middelen kunnen in verhoogde concentratie sarcomen ve roorzaken.
  • Genetisch. Een aantal bekende familiaire aandoeningen zijn bekend die een verhoogde kans op sarcomen veroorzaken. Deze zijn vrij zeldzaam.

Neurofibromatosis (ziekte von Recklinghausen). Deze ziekte wordt veroorzaakt door een erfelijk defect in het NF1 gen waardoor veel goedaardige, onderhuidse tumoren ontstaan. Vijf procent van de patiënten met deze aandoening krijgen een sarcoom.

Gardner syndroom (polyposis coli). Dit syndroom wordt veroorzaakt door een defect APC gen. Hierdoor vormen zich meerdere poliepen in de dikke darm die op hun beurt zich kunnen ontwikkelen tot dikke darmkanker (carcinoma). Behalve in de darm kan ook buiten de darm een ‘desmoid’ sarcoom (een ander soort sarcoom) ontstaan.

Li-Fraumenisyndroom. Een aandoening die wordt veroorzaakt door een erfelijk defect TP53 gen. Bij deze genmutatie is er een verhoogde kans op sarcomen, borstkanker en hersenentumoren. Bijzonder aan dit syndroom is dat de dragers van dit afkijkende gen gevoeliger zijn voor bestraling. Wanneer zij een tumor hebben en deze wordt behandeld met bestraling, hebben ze grotere kans op een tweede (op zichzelf staande) tumor.

Retinoblastoma. Deze aandoening komt vooral bij kinderen voor. Zij wordt veroorzaakt door een defect in het RB1 gen (voor ongeveer de helft erfelijk). Patiënten met deze aandoening hebben een verhoogde kans om een bot- of weke-delensarcoom te krijgen. Tevens zijn ook deze patiënten extra gevoelig voor bestraling.

Werner syndroom. Dit syndroom wordt door een defect RECQL2 gen veroorzaakt. Dit syndroom zorgt zowel bij volwassenen als kinderen voor versnelde aderverkalking, staar en huidafwijkingen. Ook hebben deze patiënten een verhoogde kans op sarcomen.

Gorlin syndroom. Dit syndroom wordt veroorzaakt door een defect PTCH1 gen. Patiënten met het Gorlin syndroom hebben een verhoogd risico op een basaalcelcarcinoom (bepaald soort huidkanker) en verhoogde kans op fibro- en rhabdomyosarcoma.

Tuberous sclerosis. Deze sclerosis wordt veroorzaakt door defecte TSC1/2 genen. Patiënten met deze aandoening hebben een verhoogde kans op een rhabdomyosarcoom.

Behandeling sarcoom

Aantal parameters bepalen hoe een sarcoom wordt behandeld:

1. de soort sarcoom.

2. de bron (welk orgaan)

3. de graad (maat van agressiviteit)

4. het stadium (maat van verspreiding)

5. de specifieke situatie van de patiënt (algemene conditie, andere ziektes, allergie, etc.).

Ad1. De soort sarcoom. Ieder soort sarcoom vertoont zijn eigen ‘biologische gedrag’ en reageert hierdoor op eigen wijze op een therapie. Sommige sarcomen zijn meer stralingsgevoelig dan andere, terwijl andere sarcomen meer op chemotherapie, c.q. immunotherapie reageren.

Ad2. De Bron. De plaats van een sarcomen in het lichaam bepaalt de behandeling. Zo vraagt een sarcoom in het been om een andere behandeling dan een sarcoom in een (diep) orgaan in de buik (bijvoorbeeld de baarmoeder).

Ad 3. De Graad. Om de agressiviteit van een sarcoom in te schatten, kijken artsen naar de mate van differentiatie van kankercellen. Kankercellen wijken af van hun oorspronkelijke weefsel. Hoe groter de verschillen zijn tussen de oorspronkelijke cellen en de kankercellen, hoe lager de differentiatie. De verdeling is van G1 (goed gedifferentieerd) tot G4 (ongedifferentieerd). Hoe lager de score is (G1) hoe makelijker is de kanker onder controle te krijgen. Zie hieronder:
http://www.oncoline.nl/index.php?pagina=/richtlijn/item/pagina.php&id=18182&richtlijn_id=326

Om sarcomen te bepalen wordt ook gebruik gemaakt van de FNCLCC of Trojani/Coindre classificatie om de graad van de tumor te bepalen. Voor meer informatie: https://www.oncoline.nl/index.php?pagina=/richtlijn/item/pagina.php&id=34112&richtlijn_id=802

Ad4. Het stadium. Stadia bepalen de verspreiding van het sarcoom. Hierbij wordt de grote van de tumor, de betrokkenheid van de lymfklieren en de aanwezigheid van uitzaaiingen op afstand aangegeven d.m.v. het TNM-schaal. Voor meer info: http://www.oncoline.nl/index.php?pagina=/richtlijn/item/pagina.php&id=18182&richtlijn_id=326

Ad5. De specifieke situatie van de patiënt bepaalt in grote mate of de patiënt geschikt is voor een bepaald soort behandeling. Zo kan een grote ‘schoonmaak operatie’ bij een patiënt met een slechte conditie niet plaatsvinden.

Behandelmethoden

De behandelmethodes die gebruikt worden bij sarcomen zijn:

  • Chirurgie
  • Bestraling
  • Chemotherapie
  • Immunotherapie
  • Hyperthermie

Ad1. Chirurgie. Belangrijkste vragen vóór een operatie van een sarcoom zijn: a. is de tumor ‘resectable’? (kan de tumor in zijn totaliteit verwijderd worden zonder andere organen zoals bloedvaten, zenuwen, etc. te beschadigen?) en b. is operatie oncologisch gezien zinvol (‘operabel’)?
Wanneer op beide vragen ja geantwoord kan worden, is een operatie de meest effectieve behandelmethode.

Ad2. Bestraling. Bij sommige sarcomen is bestraling (soms in combinatie met chirurgie) ook een effectief middel. Sommige sarcomen zijn nauwelijks gevoelig voor bestraling, sommige juist wel. Bij een heel grote tumor kan de effectiviteit van bestraling niet voldoende zijn. In tegenstelling tot chirurgie, kan bestraling niet onbeperkt worden gegeven.

Ad3. Chemotherapie is in tegenstelling tot chirurgie en bestraling een systemische behandelmethode. In het algemeen wordt in de oncologie chemotherapie gegeven wanneer er uitzaaiingen zijn. Echter, omdat een rhabdomyosarcoom en een Ewing- sarcoom weinig gevoelig zijn voor chemotherapie, wordt bij constatering van uitzaaiingen (vooral in de longen en de buikholte) voorkeur gegeven aan het operatief verwijderen van deze sarcomen of door middel van radiofrequentie (RF) of andere methoden.

Ad4. Immunotherapie, is een behandelmethode waarbij het eigen afweersysteem (het zogenaamde immuunsysteem) wordt gestimuleerd om kanker aan te vallen. Anders dan bij chemotherapie, waarbij het vermenigvuldigen van kankercellen rechtsstreek wordt verhinderd, wordt bij immunotherapie het immuunsysteem gebruikt om de kanker halt toe te roepen.

Ad5. Sarcoma worden al geruime tijd behandeld met hyperthermie, vaak in combinatie met bestraling.In het Centrum Hyperthermie behandelen wij voornamelijk patiënten in stadium IV – met uitzaaiingen op afstand en wel in combinatie met bestraling/chemotherapie of immuuntherapie.Wij behandelen patiënten met lokale hyperthermie-apparaten waarbij het streven is alle uitzaaiingen te behandelen. Afhankelijk van de diepte van de uitzaaiing/tumor worden verschillende apparaten ingezet. Wanneer er geen hersenenmetastasen aanwezig zijn wordt, in overleg met patiënten, overwogen om total body hyperthermie in te zetten. Total body hyperthermie kan het immuunsysteem versterken.Geregeld zien wij dat groei wordt geremd en uitzaaiingen kleiner worden. De succes van de behandeling wordt klinisch, radiologisch en d.m.v. bloedonderzoek (bijv. MIB-1 marker) getoetst.

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3517819/pdf/nihms322633.pdf

https://www.ejcancer.com/article/S0959-8049(01)00183-6/abstract

http://sci-hub.tw/10.1016/s0959-8049(01)00183-6

Slokdarmkanker

Meer informatie volgt binnenkort.

Voor vragen kunt u contact met ons opnemen, graag vertellen wij u dan meer over de behandelmogelijkheden.